Hieronder vindt u een korte omschrijving van de gebruikte methodes, met daarbij per jaargroep de belangrijkste punten. Mocht u hierover nog vragen hebben, dan zijn wij bereid om uw vragen te beantwoorden.

Tijdens de fruit- en /of lunchpauze zet de leerkracht 7 minuten extra werktijd in om bijvoorbeeld voor te lezen, het jeugdjournaal te kijken en bespreken. Ook kan het zijn dat er boek- en nieuwspresentaties worden gegeven.

Onderwijs aan gr 1-2Gr 1-2: Kleuterplein en andere thema’s
TaalGr 4-8: Taal in Beeld
SpellingGr 4-8: Spelling in beeld
WerkwoordspellingGr 6-8: In elke spellingles geïntegreerd
RekenenGr 3-8: Wereld in getallen
SchrijvenGr 3-8: Pennenstreken
Technisch lezenGr 3: Veilig leren lezen Gr 4-8: Estafette
Begrijpend lezenGr 5-8: Nieuwsbegrip XL
EngelsGr 7-8: Join In
VerkeerGr 4-8: Klaar over
Natuur en techniekGr 4-8: Argus Clou
AardrijkskundeGr 4-8: Argus Clou
GeschiedenisGr 4-8: Argus Clou
TekenenGr 3-8: Moet je doen en eigen invulling van de leerkracht
Drama/DansGr 3-8: Moet je doen en eigen invulling van de leerkracht
MuziekGr 3-8: Moet je doen en eigen invulling van de leerkracht
HandvaardigheidGr 3-8: Moet je doen en eigen invulling van de leerkracht
LEVOGr 4-8: Projecten wereldgodsdiensten
Sociaal emotionele vormingGr 1-8: Kanjertraining
BewegingsonderwijsGr 3-8: Basislessen materiaal- en spellessen

Onderwijs aan groep 1-2

Visie op kleuteronderwijs op de Speelhoeve

De sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen heeft het hoogste belang. De leerkracht zorgt voor een goede relatie, geeft onderwijs in een positief sociaal-emotioneel klimaat waarin ontwikkelingen niet worden geforceerd, maar waarin iedere leerling optimaal betrokken is.

Deze betrokkenheid realiseren we door de belevingswereld van de leerlingen centraal te stellen. We creëren een betekenisvolle, rijke leeromgeving waarin de leerlingen op eigen initiatief en naar eigen behoefte leerervaringen op kunnen doen. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en willen zelf ontdekken. De kinderen hebben sterke behoefte te spelen, sterke behoefte handelend bezig te zijn en leren graag op een aanschouwelijke manier.

Het onderwijs is zodanig gestructureerd, naar inhoud, didactiek en organisatie, dat spontane ontwikkelingsprocessen en de eigen initiatieven en activiteiten van leerlingen gestimuleerd worden. Er worden tijdig maatregelen getroffen om de leerprocessen in gang te zetten en zo nodig te sturen.

Het doel van ons onderwijs is: de leerling wordt in toenemende mate geleerd zelfstandig te leren. Dit willen we bereiken door in het onderwijs te zorgen voor een balans tussen ontwikkelings- en programmagericht onderwijs.

De dagplanning in groep 1-2

Een dag in groep 1-2 kan er als volgt uitzien:

– Kring

– Werken

– Fruit eten

– Buitenspel/Gymmen

– Kring

– Lunch

– Werken

– Buitenspel/Gymmen

Kring

In de kring kan de leerkracht allerlei activiteiten aanbieden, Je kunt denken aan het aanbieden van een prentenboek, het tellen van kastanjes in de herfst, drama activiteiten, gesprekken over hoe je met elkaar omgaat, rijmen, aanbieden van een ontwikkelingsmateriaal, het zingen van liedjes et cetera. De kring kan gehouden worden met de hele groep maar ook met een deel van de groep waarbij het andere deel zelfstandig aan het werk is.

Bewegen

Twee keer per week krijgt de groep gymles van vakdocent Jasper in de gymzaal. De overige tijden spelen we buiten.

Werken

Tijdens het werken maken we gebruik van het kiesbord. Op het kiesbord hangen foto’s van alle hoeken en kasten in de klas, alsmede van specifieke materialen.

Hoe werkt het kiesbord

  • De leerkracht bepaalt de keuzemogelijkheden van het kiesbord d.m.v. het ophangen van foto’s / naamkaartjes en de rode stippen. Op de foto’s staan alle activiteiten die de kinderen in de klas kunnen doen.
  • De kinderen mogen hun kaartje zelf ophangen bij een activiteit. Door middel van de rode stip kun je als leerkracht bepalen hoeveel kinderen ergens in mogen. De kinderen mogen hun kaartje niet op of onder de rode stip hangen.
  • De hulpkinderen delen de naamkaartjes uit.
  • Bij het kiesbord hangen de dagen van de week. Iedere dag heeft een kleur. De kinderen hebben ook een kleur op hun stoel en naamkaartje. De kleur van de desbetreffende dag is de geluksdag voor de kinderen met dezelfde kleur stoelsticker. Deze kinderen mogen met hun kaartje als eerste kiezen.
  • Wanneer je kaartje hangt dan mag je direct aan het werk.
  • ’s Morgens mag je je kaartje alleen verhangen na overleg met de juf. ’s Middags mag je je kaartje zelf een keer tijdens het werken verhangen.
Zelfstandig werken

Na de herfstvakantie starten we met zelfstandig werken. De kinderen mogen de leerkracht niet storen en proberen de vragen die ze tegenkomen met elkaar op te lossen. Dit doen we om de zelfstandigheid en het probleemoplossend vermogen bij de kinderen te stimuleren. We doen dit 1x per week tijdens een werkles en bouwen het op in tijd.

Vriendjesdag

1x per week tijdens de werkles hebben we vriendjesdag. De kinderen werken dan met 2 kinderen aan 1 opdracht. Het doel is het leren luisteren naar elkaar, afspraken maken, rekening houden met de ander en samenwerken.

Onderwijsassistent

Dianne Aalbers is onze onderwijsassistente en werkzaam in alle kleutergroepen. Zij ondersteunt met name tijdens de werklessen en de kringactiviteiten.

Praktische zaken
  • Graag namen op álle bekers/ bakjes en gymschoenen
  • Let op de hoeveelheid fruit en lunch, passend wat uw kind op kan. Graag voor beide momenten een beker en bakje voorzien van naam. De fruitspullen mogen ’s morgens in de daarvoor bestemde bakken naast de klas en de lunch mag in de tas blijven in het kluisje.
  • Kralenkettingen die de kinderen hebben gemaakt mogen voor 1 dag mee naar huis.
  • Als uw kind jarig is, mag u dit samen met uw kind op school vieren. U maakt een afspraak met de leerkracht wanneer de verjaardag gevierd kan worden.
  • Op school maken de kinderen geen verjaardagscadeautjes voor familieleden.
  • Ziekmelden kan via Parro.
  • Wanneer u een bericht stuurt via Parro begint u een groepsgesprek naar beide leerkrachten van de groep.
  • Afscheid nemen doen we op de gang of bij de deur.
  • Bij de ingang van de groep hangt regelmatig informatie op het prikbord of we sturen een mededeling via Parro. Lees deze a.u.b. zorgvuldig!
  • Algemene brieven gaan mee met het oudste kind van het gezin.
  • Houdt u rekening met het feit dat kleding vies mag worden? We spelen naast onze gymlessen zoveel mogelijk buiten.
  • Laat uw kind plassen voordat het naar school gaat? Dit voorkomt veel onrust tijdens de kringactiviteit.
  • Het is belangrijk dat kinderen hun eigen spullen leren opruimen. Stimuleer uw kind in de ochtend om zelf jas, tas, beker en bakje weg te leggen. Daarnaast is het prettig als u uw kind leert om eigen kleren en schoenen aan en uit te trekken.

Taal

Taal in Beeld

De taalmethode voldoet aan de kerndoelen voor het basisonderwijs en aan de tussendoelen voor beginnende en gevorderde geletterdheid. Alles wat basisschoolleerlingen moeten leren, komt in de methode aan bod. Maar wel op een manier die kinderen aanspreekt: met veel beeld, een frisse aanpak en aansprekende oefeningen.

In elke groep werkt Taal in beeld aan:
Woordenschat

Kinderen zijn nadrukkelijk bezig met het leren van doelwoorden en woordenschatstrategieën.

Doelwoorden:

 

  • Algemene dagelijkse woorden: supermarkt, herinneren, lijnbus.
  • Schooltaalwoorden: aanwijzing, beschrijving, conclusie.
  • Woorden om te reflecteren op taal: persoonsvorm, synoniem.

 

Woordenschatstrategieën:

 

  • Kinderen hebben woordenschatstrategieën nodig om de betekenis van woorden te achterhalen, beter te onthouden en toe te passen in teksten, raadsels en presentaties.
Spreken / luisteren

De kinderen leren een effectief gebruik van strategieën aan. De methode maakt onderscheid tussen spreken, luisteren en een gesprek voeren. In interactieve lessen oefenen kinderen de vaardigheden die ze nodig hebben.

Schrijven

Schrijven is een proces. Leerlingen gaan praktisch aan de slag met vaardigheden voor, tijdens en na het schrijven. Zo is ieder kind in de gelegenheid om goede teksten te leren schrijven.

Taalbeschouwing

Taal in beeld werkt aan drie onderdelen:

  • Woordbouw: de functie, de opbouw en de betekenis van woorden.
  • Zinsbouw: de functie, de opbouw en betekenis van zinnen.
  • Taalgebruik: de opbouw van teksten en het gebruik van taal.
Opbouw

De methode is opgebouwd in blokken van vier weken en bevatten voor alle jaargroepen op hetzelfde moment dezelfde thema’s. Na ieder vierde blok is een zogenaamde breekweek. Het eerste blok van ieder schooljaar, behalve in groep 3, start met een instapblok. In blok 2 t/m 7 wordt nieuwe leerstof aangeboden. Blok 8 is vooral gericht op het herhalen en toepassen van de aangeboden leerstof.

De volgende onderwerpen komen aan bod:

Blok      Thema

1           Omgeving
2           Natuur
3           Reizen
4           Gevoel
5           Verhalen
6           Samen leven
7           Cultuur
8           Andere tijden

De 12 basislessen per blok zijn geschikt voor zelfstandig leren. Veel kinderen kunnen met Taal in beeld zelfstandig leren. Sommige kinderen hebben extra begeleiding en ondersteuning nodig. Voor deze kinderen biedt de methode speciale herhalingstaken die in spelvormen, op kopieerbladen en op de computer kunnen worden uitgevoerd.

In elke groep zitten leerlingen die sneller door de leerstof gaan. Speciaal voor hen biedt Taal in beeld plustaken. Behalve extra opdrachten in het taalboek, is er het plustakenpakket Taalmaker en het computerprogramma Woordenschat.

Evaluatie en toetsing

Na iedere les wordt o.m. met de kinderen via de reflectieopdracht vastgesteld of het doel van de les bereikt is. Na ieder blok is er een toetstaak met opdrachten gericht op de verschillende taaldomeinen.

Spelling

Spelling in beeld

Spelling in beeld is de spellingmethode bij Taal in beeld. Met dezelfde filosofie, manier van werken en mogelijkheden voor differentiatie. Spelling in beeld leert kinderen de belangrijkste spellingstrategieën. Zo leren ze niet alleen zoveel mogelijk woorden correct te spellen, maar worden ze ook getraind in de juiste spellingdenkwijze.

De methode legt het accent op:

  • Klankstrategie (klankspoor): schrijven zoals je het woord hoort
  • Regelstrategie (regelspoor): het toepassen van spellingregels
  • Weetstrategie (weetspoor): het inprenten van woorden
  • Opzoekstrategie en analogieaanpak

Er blijven altijd woorden waarvan de juiste spelling voor twijfels zorgt.
De kinderen leren daarom ook om woorden op te zoeken in een woordenlijst of woordenboek, daarnaast leren ze woorden te schrijven naar analogie van een voorbeeldwoord.

Opbouw van een blok

Alle blokken van Spelling in beeld zijn op dezelfde manier opgebouwd. Een blok bevat standaard vier lesweken. De eerste drie weken zijn gereserveerd voor twee basislessen per week. De vierde week is de week van het controledictee en van de herhalings- of plustaken.

Elke basisles bevat de volgende onderdelen:

Wat ga je doen?
Op verkenning
Uitleg
Aan de slag
Terugkijken
Extra opdracht

Werkwoordspelling

In groep 6 maken de kinderen kennis met werkwoordspelling. Aan het eind van groep 7 hebben de leerlingen geleerd bijna alle werkwoordvormen correct te schrijven. In groep 8 wordt veel geoefend met allerlei werkwoordvormen en komen er ook werkwoorden aan de orde die aan het Engels zijn ontleend. In iedere les staat een opdracht waarin een eerder gegeven instructie over werkwoordspelling wordt verwerkt.

Rekenen

Wereld in getallen (gr 3-8)

Wereld in getallen is een realistische rekenmethode; d.w.z. dat er veel gebruik gemaakt wordt van contexten voor de begripsvorming. Het gebruik van modellen als getallenlijn en de structuur van getallen neemt een belangrijke plaats in. Eigen oplossingsstrategieën van leerlingen worden gestimuleerd. De strategie van handig tellen en gebruik maken van steunsommen wordt veel ingeoefend. Bovendien is de methode interactief; er is een belangrijke wisselwerking tussen de leerlingen onderling en de leerlingen en de leerkracht. Eén keer in de week komt er een projecttaak aan de orde, deze wordt klassikaal behandeld. De methode werkt met instructiemomenten en zelfstandige verwerkingsmomenten. Wereld in Getallen werkt daarnaast met verschillende steropdrachten (1,2 of 3 sterren) voor de leerlingen. Zodoende maken de leerlingen een aantal opdrachten op hun eigen niveau. Daarnaast werken ze ook 2 momenten in de week op de computer met het rekenprogramma van Wereld in Getallen. Voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, is er een pluswerkboek. Leerlingen die daarentegen extra oefening van de lesstof nodig hebben, kunnen gebruik maken van een bijwerkboek. Aan het eind van elk blok volgt een toets. Na de toets is er een week waarin herhaling / uitbreiding en verrijking centraal staan.

Globale indeling per groep:
Groep 3: getalbegrip t/m 100, optellen en aftrekken t/m 20, klokkijken hele uren
Groep 4: getalbegrip t/m 100, optellen en aftrekken t/m 100, vermenigvuldigen (tafels), klokkijken hele en halve uren
Groep 5: getalbegrip t/m 10.000, optellen en aftrekken t/m 1.000, vermenigvuldigen (tafels) en delen (deeltafels), klokkijken minuten
Groep 6: getalbegrip t/m 100.000, optellen en aftrekken t/m 100.000, kommagetallen, breuken, verhoudingstabel
Groep 7: getalbegrip t/m 1.000.000, optellen en aftrekken t/m 1.000.000, kommagetallen, breuken, procenten verhoudingstabel, zakrekenmachine
Groep 8: getalbegrip t/m 1.000.000.000, optellen en aftrekken t/m 1.000.000, kommagetallen, breuken, procenten, verhoudingstabel, zakrekenmachine

Schrijven

Pennenstreken

Het doel van de methode is het op een speelse en uitnodigende wijze ontwikkelen van een vlot en vloeiend, maar vooral duidelijk handschrift van de leerlingen.
In de methode wordt uitdrukkelijk aandacht besteed aan differentiatie (snelle en langzame schrijvers), observatie en toetsing, remediëren en het werken in combinatiegroepen. Pennenstreken heeft een doorgaande lijn van groep 3 toe en met 8.

Voortgezet schrijven

In de groepen 7 en 8 worden de hoofd- en kleine letters herhaald in (hoofd)letterclubverband. Het temposchrijven wordt verder uitgebouwd en er is aandacht voor het functioneel gebruik van het blokschrift.

Motoriek

Schrijven is vooral een motorische vaardigheid. Daarom geeft Pennenstreken niet alleen schrijfoefeningen, maar ook motorische activiteiten. Die zijn vooral gericht op het bevorderen van de arm-, hand- en vingermotoriek.

Technisch lezen

Veilig leren lezen, de nieuwe KIM-versie (gr 3)

In deze methode wordt zowel de mondelinge, als de schriftelijke taalontwikkeling op systematische wijze gestimuleerd.

Aan het begin van een leesles starten we eerst gezamenlijk enkele activiteiten rondom een structureerwoord. (ik, maan ,roos, vis) Voorbeelden zijn: de wandplaat, prentenboek voorlezen en de zoekplaat.

De kinderen zijn verdeeld in twee leerlijnen: een methodische lijn voor kinderen die behoefte hebben aan een stap-voor-stap-opbouw, van de leesvaardigheid (maan-groep) en een vrijere leerlijn voor kinderen die bij aanvang van het schooljaar al bijna alle letters kennen en in staat zijn eenvoudige woorden te lezen (zon-groep). Binnen de maan-lijn kunnen de behoeften van de leerlingen echter ook nog zeer verschillend zijn. Daarom zijn er speciale materialen voor kinderen die al wat meer aan kunnen (raket-groep). De kinderen die nog niet zoveel letters kennen en/of niet zo zelfstandig zijn, krijgen een speciaal aanbod om goed te leren lezen. Met deze leerlingen gaat de leerkracht extra flitsen, `hakken/plakken’, leesspelletjes doen en samen de opdrachten uit het werkboekje maken (ster-aanpak). Het zal duidelijk zijn dat deze subgroepjes qua samenstelling gedurende het jaar kunnen wijzigen.

Aan het eind van een les, wordt er weer gezamenlijk afgesloten.

Estafette (gr 4-8)

Estafette werkt met verschillende instructiegroepen waardoor alle kinderen op maat instructie- en oefenmomenten krijgen in de groep. De kinderen zijn op basis van de leesgegevens van eind vorig schooljaar, ingedeeld in drie verschillende aanpakken:

Aanpak 3      de betere lezers

Aanpak 2      de methodevolgers

Aanpak 1      de risicolezers / aandachtslezers

Globale lesopbouw:
  • Gezamenlijke start / introductie
  • De aanpak 3 kinderen krijgen een korte werkinstructie en lezen daarna veelal zelfstandig of met een leesmaatje in het leesboek en werken in bijhorende werkboek.
  • De les vervolgt met de aanpak 2 en 1 kinderen. Het oefenen van stukjes tekst en losse woorden komt uitgebreid aan bod. Daarnaast is er een werkboek bij het leesboek waarin technische leesopdrachten staan. Bijvoorbeeld: Lees de rijtjes goed en daarna nog eens goed en vlot
  • Er worden enkele opdrachten gezamenlijk gedaan en daarna worden de aanpak 2 kinderen losgelaten. Zij gaan zelfstandig verder met de leesles.
  • De aanpak 1 kinderen maken samen met de leerkracht de hele leesles af. In deze tijd kunnen zij tevens extra oefenen met leesmoeilijkheden.
  • Gezamenlijke afronding van de les.

Het leesplezier staat voorop bij deze methode. Daarbij horen uiteraard mooie aantrekkelijke lees- en werkboeken.
De methode sluit goed aan op de huidige leesmethode Veilig Leren Lezen in groep 3. U kunt meer informatie nalezen op www.estafette-lezen.nl

Begrijpend lezen

Nieuwsbegrip XL

Nieuwsbegrip is een methode voor begrijpend lezen met het nieuws van de dag. Nieuwsbegrip biedt wekelijks teksten en opdrachten die aansluiten bij de actualiteit. De actualiteit zorgt voor betrokkenheid, enthousiasme en motivatie van de leerlingen.

De werkwijze van Nieuwsbegrip zorgt niet alleen voor goede resultaten op het gebied van begrijpend lezen, maar leerlingen krijgen ook meer interesse in het nieuws en de wereld om hen heen. Het vergroot hun woordenschat en hun kennis van de wereld. En juist dit zijn twee belangrijke voorwaarden voor begrijpend lezen. Per week is er een les. Daarnaast heeft de methode verschillende toetsen, zoals strategische toetsen, sneltoetsen, toetsen met informatieve teksten en woordenschattoetsen. Deze worden op verschillende momenten in het schooljaar afgenomen.

U kunt meer informatie vinden op www.nieuwsbegrip.nl

Engels

Join In (gr 7-8)

In 2017-2018 zijn we gestart met de nieuwe Engelse methode Join In.
Tijdens de lessen wordt alleen Engels gesproken. Zo wordt de taal meteen een communicatiemiddel in een echte situatie waarbij niet de technische taalbeheersing centraal staat, maar de zelfredzaamheid in het communiceren. Elke les heeft een actieve werkvorm die kinderen in beweging brengt. De kinderen komen letterlijk van hun stoel en spreken veel en vaak Engels met elkaar.

Verkeer

Klaar Over (gr 5-8)

De methode is vooral gericht op gedrag van verkeersdeelnemers. Alle verkeersregels en borden zijn opgenomen in deze methode.

Natuur en techniek, Aardrijkskunde en Geschiedenis

Argus Clou (gr 4-8)

Ontdekken en onderzoeken. Dat is de unieke aanpak van de methode Argus Clou Natuur en Techniek, Aardrijkskunde en Geschiedenis. Argus Clou is ‘professor in alles’. Aan de hand van een authentieke bron en ontdekvragen daagt hij kinderen uit om nét iets verder te kijken. De kinderen ontdekken de wereld om hen heen, doen boeiende praktijkopdrachten en onderzoeken kijkplaten. Met Argus Clou leren ze Natuur en Techniek, Aardrijkskunde en Geschiedenis op een spannende manier!

Argus Clou is een op zichzelf staande methode, maar Argus Clou Natuur en Techniek vormt een ideale combinatie met de verwante methodes Argus Clou Aardrijkskunde en Argus Clou Geschiedenis.

Thematisch-concentrische opbouw

Een jaar in alle drie de leerlijnen bestaat uit 5 thema’s. Deze thema’s zijn voor alle jaargroepen hetzelfde en komen dus in alle jaargroepen terug. Tijdens de hele basisschoolperiode van groep 4 tot en met 8 komt elk onderwerp dus 6 keer aan bod.

Tekenen

Tekenen moet je doen (gr 3-8)

Er komen verschillende onderwerpen en technieken aan de orde. Het onderwerp van de tekenles kan ook aansluiten bij een thema of project.

Drama

Drama moet je doen (gr 3-8)

De methode is voor de kinderen een uitnodiging om zich vrij te leren uiten en bewegen.

Muziek

Muziek moet je doen (gr 3-8)

Een methode waarbij zingen, ritme, luisteren, notatie e.d. aan bod komen. Ook worden er losse liedjes aangeleerd door de leerkracht.

Levo

We zijn in het schooljaar 2012/2013 gestart met de sociaal emotionele methode “Kanjertraining”. Daarnaast besteden we aandacht aan de werkgodsdiensten d.m.v. projecten.

Groep 4: Christendom

Groep 5: Jodendom

Groep 6: Islam

Groep 7: Hindoeïsme

Groep 8: Alle wereldgodsdiensten

Bewegingsonderwijs

Voor ons bewegingsonderwijs maken we gebruik van een lessenreeks. Een les is een open/spel/ritmeles en de andere les is methodisch. Hierbij maken we gebruk van de methode Basislessen Bewegingsonderwijs.

Sociaal emotionele vorming

Kanjertraining (gr 1-8)

Het doel van de Kanjertraining is om de sfeer in de klas en de school goed te houden of te verbeteren. De Kanjertraining zorgt voor vertrouwen, veiligheid, rust en wederzijds respect in de klas en de hele school. Elk jaar krijgen de kinderen 10 lessen en daarnaast is het vooral de manier waarop we met elkaar omgaan, hoe we conflicten oplossen. Het gaat om het versterken van de sociale vaardigheden en het bewust worden van eigenheid bij leerlingen: Ik doe mij niet anders voor dan ik werkelijk ben.

De vijf basisafspraken zijn:

We vertrouwen elkaar

We helpen elkaar

Niemand speelt de baas

Niemand lacht uit

Niemand blijft zielig